Category Archives: Constructief

Tips and tricks to tackle Glossophobia – stagefright –

Survey after survey lists The Fear of Public Speaking at the top of the ‘Fear List’ most people have. Some say they would rather die than stand in front of an audience and deliver a speech. What a pity, because it holds many back from reaching their potential. Up to seventy-five percent of the population, to one degree, or another, has this dread.

There’s even a word for it – Glossophobia. Glosso from the Greek, meaning tongue, and Phobus, fear. Important to note here, is glossophobia is a w-o-r-d, not a disease, and it can be lessened! Preparation, practice, coaching, become self-confident: the basics!  Breathing techniques to focus, to get control, to take distance: key! After my keynote speech about public speaking, last friday,  5 september, in Vevey, people told – as a realtime ‘exercise’ – on stage, in front of their colleagues, their action plan. ‘Preparation, meeting the audience’s needs, using body awareness and body language, using pauses…’  Easy to say, challenging to do, but it is a good start. Begin with defining one action and work on it.

Nestle zaal  Fantastic accommodation in Vevey to do a keynote: large stage !

A summary of 10 tips once you’re on stage, with or without feeling  glossophobia – stage fright -: Breathing and visualization  techniques 5 minutes before the start, off you go:

On stage: you set the pace

  1. Start off with courage and strength: you’re the performer
  2. Position on stage, left, right, middle, front, rear, in the spotlight
  3. Body awareness: use it
  4. Walking or standing, walking and standing still
  5. Regain the attention of your audience
    1. Body language
    2. Music
    3. Picture
  6. Timing of humor, main topic, key messages of your story
  7. Call to action to the audience: “what will you remember most?”
  8. Ask them: “What will you really change, what will you apply”
  9. Strong closing: Short, sharp, clear conclusion
  10. Leave your mark forever in their minds

Good luck and enjoy every improvement!

Wim

Spreken voor publiek: angst aanjagend

We kennen angst voor spinnen, angst voor de dood, hoogtevrees, bang in het donker… In dat rijtje hoort ook angst om te spreken voor publiek. Volgens onderzoek van Jim Arthur Peterson, een Amerikaanse professor die voor zijn studenten, en voor iedereen die er wil van leren, een website beheert over ‘speech topics’, staat de spreekangst op nummer één bij de zogenaamde ‘sociale fobieën’. Naar schatting 12 % van de actieve bevolking zou last hebben van één van die ‘angsten’. En daarvan worstelt 1 op 5 met – 19 % – met spreekangst.

Gaat het om spreekangst voor grote groepen, of ook als iemand een kleine vergadering toespreekt? Meestal vergroot de schrik, soms tot lichte paniek, als er meer publiek in de zaal zit. Is er verschil als men spreekt voor bekenden – een speech op een familiejubileum – of voor onbekenden? Zeker. Sommigen zetten schitterende speeches neer voor familie, maar huiveren bij het idee om dit te doen voor een groep onbekende zakenlui. Is er een verschil tussen spreken voor een camera en spreken voor een zaal? Zeker, een camera intimideert de meest taalvaardige spreker nog meer dan een levend publiek.

stress-your-friend1

Bestaat er een recept om spreekangst te overwinnen? Zeker. Er bestaan er veel. Werken die recepten? Soms. Wanneer werken ze dan wél? Dat hangt van verschillende factoren af, zoals de ernst van de ‘kwaal’, de motivatie van de leerling, de kennis, de ervaring en het geduld van de leraar. Heeft het met talent te maken? Natuurlijk, dat is zeker een belangrijk element. Nog belangrijker is de overtuiging. Welke overtuiging? De overtuiging dat je ondanks angst toch een goede spreker kan zijn. Dat talent maar een deel van het verhaal is, en dat een gezonde dosis zelfvertrouwen de hefboom is om een goede spreker te worden.

Al wie zich duidelijk kan uitdrukken in een gewoon gesprek, één op één, of in een kleine groep mensen die men kent, kan leren spreken voor publiek. De voorwaarden om dit goed te doen zijn eenvoudig, de technieken zijn talrijk, onuitputtelijk, je vindt meer dan 2500 – Engelstalige – tips op http://www.speech-topics-help.com.

Basisvoorwaarden: scoor jezelf tussen 0 en 10

1. Wil je het écht leren?                                                                                              1-2-3-4-5-6-7-8-9-10

2. Durf je jezelf kwetsbaar opstellen voor een groep? (fouten maken mag)               1-2-3-4-5-6-7-8-9-10

3. Beheers je in een ‘gewoon’ gesprek de taal voldoende? (moedertaal)                    1-2-3-4-5-6-7-8-9-10

4. Geloof je dat je ondanks stress een behoorlijke speech zou kunnen neerzetten?   1-2-3-4-5-6-7-8-9-10

Op de eerste vraag is een 10 noodzakelijk, op de volgende vragen is een 7 of meer O.K. Spreken voor publiek kan je leren, ondanks de ‘schrik’ die veel mensen hebben (in deze link zie je dat je niet alleen bent).  Het is zoals fluitend door een donker bos gaan als je bang bent.  Je gaat er dapper door, en je voelt de adrenaline stromen, je voelt de blikken van de wilde dieren die er niet zijn, maar je overwint je angst niet écht, je mag bang zijn, en toch ga je door. Zo werkt het ook met speeches geven. Je stapt op het podium, en je gaat door, niet meer bang van bang. Het goede nieuws is: als je goed scoort op de vier basisvoorwaarden is dat snel aan te leren. Ik wens je hiermee veel succes, je kan moed en informatie putten in deze bronnen:

http://www.statisticbrain.com/fear-of-public-speaking-statistics/

http://www.speech-topics-help.com

Jan Mulder wereldkampioen

1025_Mulder

Marc Wilmots laat de Rode Duivels punten pakken. En veel. Hij heeft steeds meer feiten en cijfers die hem ‘gelijk’ geven. Hij is omringd met een  sterke staff, tot en met een topchef, maar koos er voor om zelf de rol van mental coach op te nemen. Mensen die topprestaties leveren zijn naast fysiek en technisch getalenteerd, ook mentaal sterk. Die mentale kracht heeft vele facetten, waaronder het ‘streversgehalte’. Al die ego’s leggen de lat zo hoog dat er binnen een team competitie ontstaat.  En frustratie, afgunst en andere normale emoties bij topsport. 23 spelers voor 11 basisplaatsen. Hou die allemaal scherp, gemotiveerd, flexibel en vol vertrouwen, ook al moeten ze slechts 3 minuten spelen, of helemaal niet: een onmogelijke opdracht voor één mens. In een dergelijke groep heersen groepsdynamieken die bij succes onzichtbaar blijven. Zo lang men wint mort men niet. Bij hoge stress of bij falen komt de mentale kracht vaak op een minder fraaie manier naar buiten. Een voorbeeld: Lukaku die de hand van de coach weigert, en letterlijk om zich heen schopt en roept als een verwende puber die zijn zin niet krijgt. De reactie van Wilmots op de persconferentie was voor mij duidelijk: het wordt onder de mat geveegd bij al het andere stof. De frustratie van Dufour en andere spelers die barsten van de goesting en de adrenaline, en die op hun ongelofelijke honger blijven zitten: onder de mat! Er dreigen nog meer ontploffingen. Maar onze bondscoach blijft een topcoach, ook hij mag zich vergissen. Hopelijk is er geen mentale coach nodig en voetballen ze in de achtste finale de pannen van het dak. Daarvoor zal er een klein mentaal mirakel nodig zijn want de uitstraling, de overtuiging, het enthousiasme… van de Rode Duivels de eerste twee matchen deed meer denken aan Rode Cavia’s. Rennen dat wel, maar naar waar en waarom?

1025_Mulder

De beste stuurlui staan aan wal. Veel sportpsychologen en mental coaches vinden dat Wilmots een fout maakt omdat hij geen professionele mentale omkadering heeft voorzien. Met deze ploeg, nummer vijf op de wereld als het om transferwaarde gaat, moet er enthousiast en dominant voetbal mogelijk zijn. Jan Mulder analyseert het knap, en kan het nog creatief, scherp, humoristisch en spitsvondig verwoorden. Dat hij op 4 mei dit jaar negen en zestig is geworden (69) lijkt wel fictie. Voor mij is Jan Mulder wereldkampioen “professionele voetbalcommentaar geven”. Volgens Jan mag het allemaal wat spontaner (authentieker), enthousiaster, waardoor het sterker (performanter) wordt.  Op die manier bouw je (constructief)  sneller (hogere pace) een goede aanval op.  Mulder staat – zonder het te weten – achter het acroniem PACE: performant, authentiek, constructief en enthousiast, en straalt dat ook helemaal uit. Jan Mulder op zijn 69 wereldkampioen! Leve De Rode Duivels, zo lang het duurt genieten we mee van de euforie van onze landgenoten in het algemeen en van onze koningin in het bijzonder. Lees meer over Mulder de communicator: klik hier. Bij gebrek aan mental coach in Brazilië kan iemand daar Jan Mulder’s enthousiasme injecteren in iedere Duivel zijn hoofd, hart en benen? Dàn en alleen dàn pakken we de wereldtitel.

 

Vergaderen is populair. Conference calls, skype, échte ouderwetse vergaderingen: het is noodzakelijk, maar wie gaat er met ‘enthousiasme’ naar de volgende vergadering? Het is populair, maar is het effectief? Is het interessant? Er is veel weerstand tegen vergaderen. Ik hoor vaak van mijn klanten dat ze het helemaal niet effectief vinden. De “meetingcultuur” is in vele ondernemingen een (on)uitgesproken bron van frustratie. Je kent alle frustraties van meetings dus bespaar ik je het lijstje. Vergaderen, coachen, een verkennend gesprek, een brainstorming… hoe kan het met meer impact, met meer effect?

on top of it

Wandel! Doe het gewoon, ga op wandel met je gesprekspartner(s). Er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat wandelen niet alleen aangenamer en gezonder is, maar ook effectiever als je snel tot goede oplossingen of ideeën wil komen.  De universiteiten van Michigan en Stanford leveren wetenschappelijke argumenten. Hebben we die nodig? Ons gezond verstand weet dat, zeker nu het zomer is, een wandeling energie geeft, inspiratie brengt, en je in een ‘andere’ context beter tot ‘connectie’ brengt. De moeite om het eens te proberen. Grote leiders en managers doen het ook. Durf je je volgende gesprek of meeting buiten houden?

Ik bedank mijn klant, een jonge CEO van een jong en bloeiend IT-bedrijf, om me deze link te bezorgen. Nu is het aan jou: “Bridge the ‘inspiration – action’ gap” and just do it. Eén klik en je bent er.

 

De Giro en de verkiezingen: winnen op veerkracht

Een hondenstiel zegt men. Van de ene vergadering naar het andere interview hollen, vliegen, haasten. Wat hebben toppolitici en topwielrenners gemeen? Wat is er zwaarder? De marathon van de verkiezingsdebatten lopen of de Giro d’Italia rijden: 21 dagen koersen en 3459 kilometer afleggen. Winst door veerkracht. De foto’s geven twee zeer veerkrachtige mensen weer: een Belgische politica die veel tegenwind overwon, en een Zwitserse topatleet die altijd sterk terug kwam ondanks zware valpartijen. Beiden presteren ze op topniveau.

images-1Elke dag alles uit de tank halen, je wonden likken, valpartijen incasseren, journalisten en commentatoren trotseren. Je moet  uiteraard fysiek in supervorm zijn om deze uitdagingen dag in dag uit aan te kunnen. Mentaal van staal, of net niet, mentaal veerkrachtig, wat betekent dat? Toppers onderscheiden zich door hun uithoudingsvermogen, incasseringsvermogen, kalmte, scherpte, techniek, strategie, aanpassingsvermogen… Een batterij competenties en talenten is niet genoeg. Een stevige voorbereiding, een performant team, een ijzeren wil om door de pijngrens te gaan horen daar ook bij. Dat zijn enkele ingrediënten die de moderne gladiatoren van de politiek en de sport in hun recepten moeten draaien om hun prestaties constant op hoog niveau te houden. Sporters, managers, politici moeten presteren: in het oog van de storm, voor het oog van de camera. Iedereen kijkt mee. Haarscherpe beelden van kapotte broeken en truitjes, afgeschaafd vel, bloed en stukjes asfalt in opengereten spieren. De RAI gaat wel heel ver dit jaar. Voor mij té ver.

Haarscherpe beelden van minuscule zenuwtrekjes, zelfs in de radiostudio, van politici, worden van commentaar voorzien. Maggie lacht altijd vriendelijk, Koen was wat nerveus, Wouter kijkt zachtmoedig, Bruno lijkt in zijn gat gebeten… en de dag nadien weer glimlachend opnieuw de arena in. Dat heet veerkracht.

fabian-cancellara-alles-of-niets-op-paterberg-id4314453-1000x800-nAls mental coach en trainer heb ik het voorrecht soms op de eerste rij te zitten. Ik ken de twijfels en de eenzaamheid, de voorbereiding, de spanning, de stress om altijd ‘top’ te zijn. Met veel respect mag ik mee beleven hoeveel energie het vraagt om constant scherp te zijn, kalm te blijven, terug te komen uit het dal dat vaak pijnlijk diep kan zijn. Veerkracht, constructief denken, concentratietechnieken en ontspanningstechnieken: daar kan je het verschil maken. Iedere renner die start in de Giro is een uitzonderlijk topsporter. Ook al doen er dagelijks slechts enkelen mee voor de overwinning, ook al is een beetje koorts voldoende om er uit te gaan. Ieder TV-optreden voor de verkiezingen is een (boks)wedstrijd, iedere keer weer die stress. Stress kan je drijven tot betere prestaties, maar er zijn grenzen. Dat is dan weer het uitdagende en prikkelende aan mijn job: hoe verleggen we die grenzen, hoe bewaak je ze, hoe doseer je zodat je iedere dag opnieuw het beste uit jezelf bovenhaalt. En vooral: leren aanvaarden dat het soms iets minder is om dan veerkrachtig opnieuw uit te hoek te komen, want omgaan met een dipje, een tegenslag, een langdurige uitputtingslag: dat is wat de echte performers kenmerkt. Uit een verloren gewaande positie terugkomen en scoren doet zoveel meer deugd. Daar maken echte topperformers het verschil. Maggie De Block en Fabian Cancellara hebben dus heel wat gemeen. Veerkracht, altijd terugkomen, en steeds beter worden. Het PACE coachmodel biedt duidelijke handvaten om dat doel te bereiken, het blijft bij je eigen talenten en interesses en haalt het beste uit jou naar boven.

Ik wil al mijn klanten feliciteren met de veerkracht en het doorzettingsvermogen die ze dagelijks tonen. Het is een eenvoudig recept, en toch vraagt het veel inzet, wilskracht en discipline om het vol te houden. Aan allen van harte nog veel succes.

Peeters – De Wever het mag constructiever

peeters de weverPeeters en De Wever in debat. Zondag 11 mei op de ‘Zevende dag’ zaten ze eindelijk tegenover elkaar. Twee Vlaamse kopstukken zoals dat heet. Twintig minuten in debat, of was in het ‘duel’?  Als neutraal toeschouwer – ik hou van de regenboog als ik toch politiek kleur moet bekennen – en als coach en facilitator van managers in confrontaties in een bedrijfscontext, was het een boeiend schouwspel om te bekijken. Ik heb gesnoept van de verbale en vooral non-verbale communicatie van de heren. De meeste lezers zullen het wellicht ook gezien hebben: het zijn geen vrienden, het zijn boksers die in de ring komen met de hoop op een K.O. overwinning.  Dat is anders uitgedraaid. Zelfs de professionele jury van ‘de redactie’ hield het op een gelijkspel. Handig, hard en sluw beperkten de heren zich tot een partij schaduwboksen, niemand werd ernstig geraakt. Tenzij één keer, de eerste minuut. Over de inhoud hebben zich intussen veel ‘kenners’ uitgesproken, dat laat ik aan hen. De vorm was die van een teleurstellende grote bokskamp onder kampioenen, waarbij de ene de andere verbaal in de hoek probeert te meppen, en waarbij dat toch net niet wil lukken. Allebei sterke jongens. En toch. De denksnelheid en verbale kracht van De Wever, steeds bruggetjes makend naar Europa en Nederland, staat op een hoog niveau. Peeters zat dan ook meestal in het defensief, dat zag je meteen aan de lichaamstaal: de ogen meer naar de interviewer dan naar zijn opponent gericht (terwijl de Wever ogen wijd open Peeters wél voortdurend viseert). Peeters’ rechterhand met afwisselend duim en wijsvinger of duim en wijs -én middelvinger op elkaar,  met af en toe de ultieme wijzende rechterwijsvinger, in de richting van De Wever. Beetje belerend?

Constructief taalgebruik was er weinig te horen. Zo noteerde ik van De Wever: ‘wij zijn niet asociaal’. Een dubbele negatie. Ai, dat kan beter. Anderzijds was zijn lichaamstaal veel opener (handen op de tafel open naast elkaar tijdens het luisteren) dan die van  Peeters (handen op elkaar gevouwen, gesloten dus). Hoe dat bij de kijker overkomt laat ik in het midden, hoe het bij mij overkomt: rustige zelfzekerheid bij de ene, ongemakkelijk en toch kordaat defensief bij de andere. Beiden beheersen ze de kunst om kalm te blijven, zelfs meer ontspannen naar het einde toe. Misschien omdat  ze voelden dat er geen al te zware klappen vielen, en dat ze dus ‘proper’ uit de ring zouden stappen (dat is mijn interpretatie). Je ziet hen als het ware nadenken om in de laatste ronde toch nog een ultiem punt te scoren, maar ze blijven schaduwboksen, met de gedachte dat ze op 26 mei wellicht tot elkaar veroordeeld zullen zijn. Damage control heet dat. Met één uitzondering: de harde ‘rechtse’ opener van De Wever: een onverwachte ‘move’, meteen in de aanval over de affiche: “het laagste wat ik ooit gezien heb”, die Peeters even naar lucht deed happen. Hij zei letterlijk: “het is goed dat er daarmee gestart wordt…” en dat gelooft niemand natuurlijk, je zag het ook aan zijn lichaamstaal dat hij even wankelde. Logisch, het was niet voorzien en het was een directe en welgemikte slag. Het wat onhandig tijd kopen ging hem niet goed af, maar Peeters is ervaren en herstelde zich snel. Hij trapte niet in de val van een zware tegenaanval, en bleef handig ontwijken, tot hij wat kon tegen scoren, om dan voor een gelijkspel te gaan.

Zo zie je dat topsport en toppolitiek veel gemeen hebben. Strategie, tactiek, snelheid, geduld, doorzetting: het was er allemaal. Beide heren zijn ook goed getraind, mentaal, verbaal én fysiek. De non-verbale taal werkt sterker en langer door dan de verbale, dus toch een licht voordeel voor De Wever hier denk ik. Ik ben trouwens heel benieuwd wat de komende 14 dagen nog komt. Klik hier voor de link naar het debat.

IMG_3389Als afsluiter iets over ‘constructief communiceren’ uit het PACE leiderschap model. Als we het toch over woorden hebben: het ‘niet asociaal zijn’ kan vervangen worden door ‘wij zijn sociaal geëngageerd’. Het ‘fouten’ en ‘leugens’ verwijten van de andere kan vervangen worden door: ‘ik zie dat anders, jullie zeggen dit… wij zeggen dàt’. Constructieve communicatie gaat over wat je wél gaat doen, wat je zelf wil gaan realiseren. In plaats van te zeggen: ‘stop met de mensen bang te maken’ kan je zeggen: ‘onze voorstellen zijn constructief en zorgen voor een klimaat van vertrouwen en werkijver, daar staan we met Vlaanderen wereldwijd voor bekend, laat ons vanaf 26 mei zo snel mogelijk weer aan de slag’. Misschien kunnen alle politici en alle partijen zich eens buigen over constructief taalgebruik, ook non-verbaal, het zou wervender, geloofwaardiger en krachtiger klinken. Het zou ons misschien weer kunnen doen geloven dat we er op vooruit kunnen gaan. Het zou ook een pak interessanter zijn om te volgen.

Om met Monty Python te besluiten. “And now something completely different”

Twee topsporters waarmee ik samenwerk en die  het PACE model consequent toepassen waren vorig weekend  heel succesvol: Bert de Backer kon mee vieren als lead out man voor Marcel Kittel in de Giro. Hij werkt zich onderweg te pletter, tot de laatste kilometer (als het lukt) om de snelste spurter van het moment fris aan de eindmeet te krijgen. Ondanks alle hectiek van zo’n grote ronde blijft Bert kalm en gefocust, en wint Marcel twee ritten op rij. Emma De Brabandere die u op de homepagina van de website regelmatig in beeld ziet met haar prachtig paard Chopin won zondag 11 mei haar eerste dressuur wedstrijd dit jaar. Ondertussen studeert ze haar laatste jaar osteopathie en combineert ze veel en hard trainen met veel en hard studeren. Met succes! Proficiat alle twee.

Leren omgaan met conflict, leren uit conflict

Vorig weekend was ik met vrienden in Normandië. Met de motor legden we meer dan duizend kilometer af door het glooiende, liefelijke landschap, vlakbij de kust waar in juni 1944 één van de gruwelijkste oorlogsdaden sinds mensenheugenis plaats vonden. Ik was daardoor heel diep geraakt, net als mijn drie vrienden. We werden er letterlijk stil van. Op zes juni 1944, D-day, verloren 12.000 Amerikaanse, Engelse en andere ‘geallieerde’ jonge mannen daar het leven, ze werden als kanonnenvlees in zee en op het strand gedropt. Alleen al op dag één. Wat volgde was een dagenlange meedogenloze strijd. Tot de Duitsers moesten plooien. Toen we op het kerkhof van Omaha beach wandelden werden we stil getroffen door de ‘trieste schoonheid’ van de talloze witte kruisen, hier en daar een Jodenster er tussen. “We leren zo weinig uit die gruwelijke fouten” zei één van mijn vrienden. Overal ter wereld zijn er nog steeds dergelijke massale slachtingen, zelfs onder burgers. Op grote en kleine schaal.

everything-is-workable-3d-book-2De uren nadien zit je daar dan, cruisend op de motor, enkel in gesprek met jezelf. Ik was mij ontzettend ‘hard’ bewust van de rauwheid en medogenloosheid van de oorlog enerzijds, en de schoonheid en de ingetogenheid van de musea en talrijke begraafplaatsen anderzijds. Ik was net voor mijn vertrek begonnen in een boek over ‘conflict resolution’ van Diane Hamilton, een Amerikaanse professionele ‘mediator’ en ‘facilitator’ in conflictsituaties. “Everything is workable” is de titel, dat was natuurlijk een trigger om het te kopen. Teamtrainingen hebben altijd met ‘conflict’ te maken, ook al benaderen we dat speels en licht. Het bezoek aan deze historische plaatsen wakkerde mijn ijver aan om het boek meteen grondig tot de laatste letter uit te lezen (ben bijna klaar, het zijn wat kortere nachten geworden). In onze filosofische gesprekken tijdens de stops onderweg hadden we het over ‘omgaan met conflicten’. We waren het roerend eens: het zou een verplicht vak moeten zijn in ons onderwijs. Het boek van Diane Hamilton is zo rijk, zo menselijk, zo juist… het helpt een conflict aanvaarden, er open en zonder vrees mee om te gaan, het vanuit verschillende perspectieven aan te pakken. Het dwingt je niet het conflict op te lossen zoals de letterlijke vertaling van het woord ‘resolution’ suggereert. Het leert je er constructief mee omgaan, creatief ook, vanuit een niet dwingende maar uitnodigende attitude: gelijk halen is onbelangrijk, waardigheid, begrip en gedeelde interesse voor beide partijen, van beide partijen, daar gaat het om. Daardoor ontstaat een nieuwe vorm van samen werken of van begripvol elk zijn weg gaan.  Ook als elke partij een andere visie behoudt op de werkelijkheid, kan men respectvol en krachtig zijn eigen weg verder zetten. En vaak ontstaat er op die manier toch een vreedzame en begripvolle oplossing en samenwerking. Dat geldt op alle niveau’s, van een burenruzie tot een conflict met je baas, met je familie, je collega: conflict is a part of life.

IMG_3757

Dit boek bevat een zeer hanteerbare toolbox en leidt je tot échte win-win situaties. Het is niet geschreven om oorlogen zoals deze van 40 – 45 te voorkomen, maar het zou wel kunnen werken in de toekomst voor onze eigen kleine oorlogen, privé en professioneel. Je hebt het al door: ik raad het iedereen van harte aan, voor zo ver ik weet is het enkel in het Engels verkrijgbaar: http://www.shambhala.com/everything-is-workable.html

 

Saskia Van Uffelen: “H.R. manager belangrijker dan CFO”

De ex-CEO van Bull die haar bedrijf succesvol liet groeien is een mama. Moeder van vijf kinderen, een jonge vijftiger (52) die op dit moment, eind april, overstapt naar Ericsson. Als CEO natuurlijk. Saskia is zeer consequent in haar columns in ‘De Tijd’, haar televisieoptredens, haar contacten met Nelie Kroes, haar boek ‘Iedereen Baas’. Ze heeft het over ‘nieuw leiderschap’. “We moeten uit onze ivoren toren komen en coaches worden… opleiding en ontwikkeling centraal stellen en onze medewerkers zelfstandig maken.”

Saskia-Van-UffelenDoor zich regelmatig te ontspannen (vrijdagnamiddagen, week-ends en vakanties houdt zij écht vrij) kan ze dit tempo aanhouden. Niet tot haar zeventigste zoals ze zelf zegt. Ze is tenslotte nog jong, een babyboomer van 52. Gepokt en gemazeld in de IT-business en toch een fanatieke people manager. Zij ziet  “IT als stimulans om menselijker te managen.” Haar enthousiasme hierover deelt ze in haar boek ‘Iedereen baas’  waar ze uitlegt dat we vanaf 2016 met vier generaties zullen samenwerken in de bedrijfswereld. De Z-generatie, geboren na 1992, is op komst, en die slikken niet zo maar een hiërarchisch bevel (vraag het aan de leraren en professoren aan de universiteit, die zijn verplicht zich aan te passen aan de Z-ters, een factor in het stijgend burn-out percentage misschien…). De generatie Y (° 1980-1992) maakt het de huidige managers al niet zo gemakkelijk en toch wordt de uitdaging: hoe houden we die vier generaties samen vrolijk gemotiveerd? Door nieuw leiderschap dus. Saskia Van Uffelen haar voorbeeldfunctie is belangrijk, haar communicatie hierover ook. We weten nu dat het in 2014 en in de toekomst mogelijk is hard te werken, veel verantwoordelijkheid te nemen, een bedrijf en een gezin te leiden, en dat allemaal te relativeren. Saskia, une grande dame, die ons nog lang mag inspireren. Wij wensen haar succes met haar nieuwe uitdaging bij Ericsson, die gelukzakken!

PS. Als coach, speaker en trainer, als babyboomer en vader van twee Y-generatieleden, zie ik in veel bedrijven en organisaties veelbelovende synergie ontstaan. Voorwaarde: een open geest en de kunst om minder oordelend te zijn langs beide kanten. Openheid, passie en het delen van informatie maakt mensen enthousiast, de E van PACE.

Ter info het generatie-overzicht

Babyboomers:  ° 1946 – 1964   Generatie X: ° 1965 – 1979  Generatie Y: ° 1980 – 1992  Z-ters: vanaf 1993

Zoek de pauzeknop en win tijd

In de BodyTalk van maart, de maandelijkse bijlage over gezondheid en psychologie bij Knack, las ik enkele interessante artikels die de theorie van ‘pauzeren is beter presteren’ onderschrijven. In de Edito van dr. Marleen Finoulst ‘Zoek de pauzeknop’ wordt het pittig samengevat. In het artikel op pagina 14 ‘Erkenning geeft veerkracht’ vind je cijfers en stellingen die de meest traditionele manager en CEO aan het denken moet zetten. Vaststellen is één ding. Hoe je dat op de werkvloer en thuis aanpakt is iets anders. Hoe je dat organiseert en aanpakt? Dat weet professor Theo Compernolle (zie enkele blogs geleden), een fervent verdediger van het pauze principe. Ik zou het niet beter kunnen verwoorden dan Compernolle’s quote dat doet: ‘Ik heb nog geen enkele klant met een burn-out gehad die voldoende pauzeerde en sliep.’
Hoe je dat in de praktijk brengt, dat zie ik als mijn opdracht. Wekelijks zie ik mensen die daar stilaan hun voordeel mee doen. Tijd winnen door pauzes te nemen. Je focust beter en maakt minder fouten.  Je wordt dus Performanter! Wie dat niet gelooft ziet de tijd door zijn handen glippen.
Met het PACE model bestaat er nu een krachtige en eenvoudige methode om de theorie in de praktijk te brengen. Benieuwd hoe krachtig het is? Klik en mail: backfun@telenet.be