Constructief denken en doen

België in het nieuws. En hoe.  De Tijd interviewt bekende opinionmakers met de vraag: “kan het zo verder?”  én “wat moet er volgens u gebeuren” De meesten antwoorden op vraag één: “neen”  en verder “de vakbonden lichten hun leden niet juist in. De Waalse politici zitten achter het Waalse saboteerwerk van de vakbond. De kleine man zal betalen.” De teneur bij de antwoorden op vraag twee: “we moeten praten. Minimale dienstverlening afdwingen. We moeten opnieuw fier zijn. De vakbond moet het beter aan de mensen uitleggen.” Het is een zeer korte weergaven van het taalgebruik der geïnterviewden.

De woorden “moeten”, “niet” en “zo gaat het niet verder” komen bij alle vijftien wijzen aan bod ( Wouter Torfs, Roland Duchatelet, Marcia De Wachter…). Ze bedienen zich allen van dezelfde woorden als de vakbondsleiding. Het verbale gevecht wordt met negatief taalgebruik gestreden. Men vecht verbaal voor het halen of proberen halen van gelijk. Ieder zijn gelijk. Vanuit de ivoren toren of van op straat.

Mochten al deze mensen die het allemaal goed voor hebben met de andere mensen, hun leden, hun kiezers, hun werkgevers, hun werknemers, eventjes ànders kunnen denken… Mochten zij hun “gelijk” bij de start van een gesprek in de koelkast steken. Met daarbij hun “grenzen” en hun “voorwaarden”. Mochten zij constructief kunnen denken in de richting van een simpele “win – win “. Mochten zij hun “ego” in het diepvriesvak kunnen stoppen, en zich moedig en open kunnen opstellen. De “vooroordelen” en “aannames” in de groentebak, de koelste plek in de koelkast. Om dan met een warm hart opbouwende ideeën te laten opborrelen.  De Leeuw en Leemans lopen lachend op straat tijdens de betogingen die het land en zijn geloofwaardigheid ontwrichten. In de TV-studio’s en op het podium kijken ze zuur en verontwaardigd en vallen ze iedereen die verantwoordelijkheid draagt, regerende politici en werkgevers (zolang die nog werk aan te bieden hebben) aan.  Omgekeerd reageert de aangevallene als een gebeten hond. En zo blijft men elkaar met negativiteit vergiftigen tot er één begeeft, of tot het hele systeem begeeft.

Laat ons eens een poging doen om het tij te keren. Beginnen bij het begin.  Wat is een win – win – win. Eerste win: iedere burger begrijpt wat het plan is en is bereid de rijkdom te herverdelen. Tweede win: werkgevers begrijpen dat ook: laat alle medewerkers een goed en eerlijk loon verdienen en hou zelf iets over om je pensioen te kunnen verzekeren. Derde win: werknemers van overheid en privé, begrijp dat we ooit veel te veel ontvingen voor bewezen diensten, en dat het nu met iets minder ook zal gaan, ook al kost het meer inspanning zoals flexibiliteit en langer werken.

Denken in opbouwende woorden. Denken aan wat we wel kunnen bereiken. En dat op een positieve manier communiceren. Waar willen we voor gaan? Hoe kunnen wij  het systeem voor iedereen laten werken?  Hoe kunnen we beter samen werken? Werken als plezierige bezigheid, ook al is dat een gevangene een beter gevoel geven, een zieke verzorgen of een put graven om een kabel te repareren.  Het denken en het doèn op een constructieve manier beleven. Het gepieker, gemekker, het klagen en zagen… Stop het en doe het nu een keer ànders. De zomer komt er aan, het is hartverwarmend de boeren op hun land te zien werken met de natuur als bondgenoot. Het gras en het graan dat groeit, het oogsten wacht binnen enkele maanden: dat is opbouwen. Het doet pijn om te zien hoe vakbondsleiders, regeringsleiders en werkgeversleiders elkaar niet verstaan, niet kunnen en niet willen verstaan.

Mocht er al eens één partij  een constructief discours kunnen lanceren, en één vakbond alle negatieve woorden vervangen door constructieve voorstellen en acties, en één werkgeversorganisatie enkel en alleen constructieve taal gebruiken, en één krant en één TV station enkel formuleren wat wél kan i.p.v. wat allemaal niet kan en misloopt… Zou het dan? Ik ben alvast héél gelukkig dat ik voor enkele bedrijven en bedrijfsleiders kan en mag werken die dit begrepen hebben, die dit ook toepassen, die dit in hun cultuur en waarden beleven en doorgeven. En waar werken echt een plezier is en blijft. Het bestaat. En ik zou heel graag dit virus verspreid zien in heel dit land: win-win. Er voor gaan. Elke dag opnieuw.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

zestien − zeven =